Zoeken:

Paritair Comité 2220000: PAPIER- EN KARTONBEWERKING

afdrukken
      • Toestand op 14/01/2020 Toon historiek Paritair Comité.

        ( Laatst bewerkt: 05/12/2019 )
      • CAO-loonsverhoging met 25,6533€ in 12/2019 voor de minimumlonen.
        CAO-loonsverhoging met 1.1% in 12/2019 voor de reële lonen voor de minimumlonen.
        In geval van indexatie in toepassing van de sectorale CAO’s worden zowel de minimumlonen als de reële lonen geïndexeerd.
        De CAO-verhoging wordt toegepast voor de indexatie.

        De minimum maandwedden worden op 1 januari 2018 verhoogd met 1,1%. De ondernemingen respecteren deze minimummaandwedden. De sociale partners op ondernemingsvlak beschikken over een termijn die loopt tot 31 december 2017 om een bedrijfsakkoord te sluiten en neer te leggen ter griffie van de Dienst Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en SociaalOverleg, dat gesloten wordt conform de individuele situatie van de onderneming:
        Hetzij:
        a. Onderneming waar er geen verschillen bestaan tussen arbeiders en bedienden op het vlak van de groepsverzekeringen/andere extra-legale voorwaarden: er kan een bedrijfsakkoord worden onderhandeld binnen de grenzen van de loon norm van 1,1% dat uiterlijk wordt neergelegd ter griffie van de dienst collectieve arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg op 31 december 2017. Bij gebreke aan dergelijk bedrijfsakkoord, zullen de reël brutomaandwedden stijgen met 1,1% op 1 januari 2018.
        Hetzij:
        b. Onderneming waar er verschillen bestaan tussen arbeiders en bedienden op het vlak van de groepsverzekeringen/andere extra-legale voorwaarden: er kan een bedrijfsakkoord worden onderhandeld waarbij: in eerste instantie 0,8% x maandloon x 13 wordt voorbehouden en aangewend voor de harmonisering van de groepsverzekering, ingevoerd met retroactief effect op 1 januari 2017; ingeval van andere harmonisatiemaatregelen wordt 0,3% van de loonnorm toegepast, ingevoerd met retroactief effect op 1 januari 2017.
        EN
        Op het vlak van de onderneming kunnen bijkomende onderhandelingen worden gevoerd ter invulling van de 0,8%. Indien er geen bedrijfsakkoord ter griffie van de dienst collectieve arbeidsbetrekkingen van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg is neergelegd uiterlijk op 31 december 2017, worden de reële brutomaandwedden met 0,8% verhoogd op 1 januari 2018. Indien de werkgever niet de nodige maatregelen neemt om de verhoging van de groepsverzekering of andere harmoniseringen zoals hierboven omschreven te organiseren tegen uiterlijk 31 december 2017 dan worden de regels voor ondernemingen waar geen verschillen bestaan tussen arbeiders en bedienden, zoals omschreven onder punt a. toegepast.

        De jongerenlonen voor onderhavig loonbarema werden opgeheven, hetgeen de wil van het comité aantoont om jongeren gelijke loonmogelijkheden als de oudere werknemers te bieden. Bijgevolg is de NAR-CAO 50 niet van toepassing.

  • 1. UURSTELSEL (op weekbasis) : 37u

    1.1. : Algemeen

    De instapleeftijd binnen de ervaringscurve wordt vastgesteld op 18 jaar. Deze instapleeftijd wordt ingegeven door het feit dat dit de normale instapleeftijd is voor een groot aantal functies en dat voor de overige functies die hogere studies vereisen, doorgaans aangevat op die leeftijd, voorzien is dat deze studies gelijkgesteld worden als ervaring.

    Werknemers die over onvoldoende ervaring beschikken, hetgeen te wijten kan zijn aan een onvoltooide opleiding en voornamelijk voorkomt in de categorieën 1 en 2, krijgen een loon dat overeenstemt met het gebrek aan ervaring -1 of -2.

    Opgebouwde ervaring aantal jaren Categorieën
    I II III IV
    -2 1.272,91 1.371,01
    -1 1.328,50 1.431,38
    0 1.383,98 1.491,75 1.635,61 1.785,43
    1 1.439,79 1.552,34 1.702,75 1.852,14
    2 1.495,19 1.612,85 1.760,50 1.918,90
    3 1.550,72 1.673,31 1.804,41 1.985,56
    4 1.576,20 1.708,72 1.842,02 2.031,68
    5 1.604,34 1.743,89 1.879,50 2.077,26
    6 1.631,19 1.760,50 1.917,11 2.122,97
    7 1.658,04 1.784,96 1.954,98 2.168,97
    8 1.685,24 1.816,35 1.992,35 2.214,42
    9 1.711,81 1.847,79 2.029,78 2.260,14
    10 1.738,79 1.879,32 2.067,53 2.305,85
    11 1.745,54 1.910,92 2.105,13 2.351,73
    12 1.752,69 1.942,11 2.142,62 2.397,58
    13 1.759,45 1.954,60 2.180,23 2.443,19
    14 1.760,50 1.966,86 2.217,91 2.489,03
    15 1.760,50 1.979,13 2.231,47 2.534,88
    16 1.760,50 1.991,51 2.245,28 2.580,69
    17 1.763,76 2.003,78 2.258,80 2.593,85
    18 1.770,42 2.015,98 2.272,33 2.607,21
    19 1.777,13 2.028,61 2.285,73 2.620,58
    20 1.783,80 2.040,70 2.299,52 2.633,78
    21 1.790,30 2.053,20 2.313,28 2.647,24
    22 1.797,18 2.065,59 2.326,59 2.660,38
    23 2.340,28 2.673,56
    24 2.353,94 2.687,15
    25 2.700,40
    26 2.713,40

    1.2. : Handelsvertegenwoordigers

    1.2.1. : Handelsvertegenwoordigers die enkel een vaste wedde genieten

    De vertegenwoordigers die enkel een vaste wedde genieten, hebben tenminste recht op de weddenschaal van categorie III.

    1.2.2. : Handelsvertegenwoordigers waarvan de wedde commissies omvat

    Deze minima worden maandelijks betaald als voorschot op de commissies. De eindrekening wordt jaarlijks opgemaakt en mag niet lager zijn dan de wedde die een bediende van de hieronder bepaalde categorieën en ervaring had kunnen verdienen, rekening houdend met de toepassing van artikel 9 van de CAO van 22/06/2017 (140.607) bij de berekening van dit minimum.

    Voor de vertegenwoordigers die "deeltijds" werkzaam zijn, en waarvan de wedde commissies omvat, die zijn vastgesteld overeenkomstig het bedrag van de handelsomzet of volgens andere maatstaven, worden de bepalingen hieronder pro rata de arbeidsduur toegepast.

    1.2.2.1. : Gedurende de proeftijd

    1.383,98

    1.2.2.2. : Na de proeftijd

    Categorië
    III 1.804,41
    IV 2.077,26