Zoeken:

Paritair Comité 1430000: ZEEVISSERIJ

afdrukken
  • 1. DEELSECTOR : PAKHUIZEN (RSZ 086)

    De bestaande jongerenlonen werden vanaf 01/07/2007 afgeschaft. Er zijn wel minimumlonen voor de werknemers met een arbeidsovereenkomst voor studenten. Dit heeft als gevolg dat de CAO 50 van de NAR betreffende de waarborg van een gemiddeld minimum maandinkomen voor werknemers onder de 21 jaar, niet van toepassing is. NAR-CAO 43 betreffende het gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI) is wel van kracht.

    1.1. UURSTELSEL (op weekbasis) : 38u

    1.1.1. UURLONEN : WERKLIEDEN

    Categorie
    Ongeschoolde 13,04
    Geoefende 13,42
    Geschoolde 13,85

    1.1.2. UURLONEN : STUDENTEN

    Categorie Leeftijd
    21 20 19 18
    100% 95% 90% 85%
    Ongeschoolde 13,04 12,39 11,74 11,08
    Geoefende 13,42 12,75 12,08 11,41
    Geschoolde 13,85 13,16 12,47 11,77

    2. DEELSECTOR : VISMIJNEN (RSZ 186)

    Zelfde minimumlonen als de Pakhuizen.

    3. DEELSECTOR : ZEEVISSERS (RSZ 019)

    Wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser.

    Art. 2. Zeevisser is elke persoon die als bemanningslid van een vissersschip wordt tewerkgesteld in uitvoering van een arbeidsovereenkomst met de reder gesloten.

    Art. 29. De zeevisser wordt vergoed op basis van een variabel loon gelijk aan een procentueel aandeel in de totale bruto-opbrengst van de tijdens de betrokken zeereis gerealiseerde vangst.

    Art. 30. § 1. In geen geval mag het variabel loon waarop de zeevisser over een bepaalde referteperiode recht heeft lager zijn dan het bedrag dat bekomen wordt door het gewaarborgd minimumdagloon, te vermenigvuldigen met het aantal dagen van de zeereis of zeereizen verricht tijdens die referteperiode.

    Het gewaarborgd minimumdagloon mag in geen geval lager zijn dan het gewaarborgd minimum maandinkomen voor werklieden, omgerekend naar een dagloon.

    3.1. : VARIABEL LOON

    3.1.1. KLASSE : A (<132 kW)

    Procentuele aandelen in de totale bruto opbrengst van de tijdens betrokken zeereis gerealiseerde vangst.

    Functie
    Schipper 5,5%
    Stuurman 4,5%

    3.1.2. KLASSE : B (132-221 kW)

    Functie
    Motorist 5,0%
    Roerganger 4,5%
    Matroos 4,5%
    Lichtmatroos 2,5%
    Scheepsjongen 2,0%

    3.1.3. KLASSE : C (>221kW)

    Functie
    Schipper 4,5%
    Stuurman 3,5%
    Motorist 4,0%
    Roerganger 3,5%
    Matroos 3,5%
    Lichtmatroos 1,5%
    Scheepsjongen 1,0%

    3.2. : GEWAARBORGD MINIMUMDAGLOON

    Het gewaarborgd minimumdagloon, bedoeld bij artikel 30 van de wet van 3 mei 2003 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser, wordt vastgesteld op grond van de basislonen die door de zeevisserij gelden inzake arbeidsongevallen, zoals die bepaald zijn bij het KB van 28 december 1971 tot vaststelling van de bijzondere regelen inzake de toepassing van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 op de zeelieden.

    Voor de vaartuigen ressorterend onder klasse A (vissersvaartuigen met motor van minder dan 132 kW) en/of klasse B (vissersvaartuigen met motor van 132 kW tot 221 kW), die de dagvisserij bedrijven en een vermogen hebben van maximaal 221 KW en niet meer dan 70 BT hebben en aanlanden in een Belgische vissershaven, en voor de vaartuigen ressorterend onder klasse C (vissersvaartuigen met motor van meer dan 221 kW), die de dagvisserij bedrijven en niet meer dan 50 BT hebben en aanlanden in een Belgische vissershaven, wordt het basisloon naar een dagloon omgerekend door middel van volgende formule :

    (Basisloon arbeidsongevallen x 65%) / 220

    Deze formules zijn niet van toepassing voor de reizen van meer dan 48 uren met vaartuigen van klasse A en/of B.

    3.2.1. KLASSE (volgens de motor van het vissersvaartuig) : A (motor van minder dan 132 kW)

    Functie
    TWO BWO / OVL / PREMIE
    Schipper 98,44 98,44
    Stuurman 89,40 89,40
    Matroos of Roerganger 86,04 86,04
    Lichtmatroos 67,70 67,70
    Minderjarige scheepsjongere 45,14 45,14
    Meerderjarige scheepsjongere 59,16 59,16
    Matroos-motorist 90,37 90,37
    Aspirant dek-motoren 67,70 67,70

    3.2.2. KLASSE (volgens de motor van het vissersvaartuig) : B (motor van 132 kW tot 221 kW)

    Functie
    TWO BWO / OVL / PREMIE
    Schipper 104,51 134,46
    Stuurman 104,51 134,46
    Matroos of Roerganger 104,51 134,46
    Lichtmatroos 67,70 67,70
    Minderjarige scheepsjongere 45,14 45,14
    Meerderjarige scheepsjongere 59,16 59,16
    Motorist 104,51 134,46
    Aspirant dek-motoren 67,70 67,70

    3.2.3. KLASSE (volgens de motor van het vissersvaartuig) : C (motor van meer dan 221 kW)

    Functie
    TWO BWO / OVL / PREMIE
    Schipper 104,51 134,46
    Stuurman 104,51 134,46
    Matroos of Roerganger 104,51 134,46
    Lichtmatroos 67,70 67,70
    Minderjarige scheepsjongere 45,14 45,14
    Meerderjarige scheepsjongere 59,16 59,16
    Stagelopend-motorist 104,51 134,46
    Motorist 104,51 134,46
    Aspirant dek-motoren 67,70 67,70